Dwangmedicatie

Dwangmedicatie is medicatie die tegen de wil van de patiënt wordt toegediend.

Doel

Het doel kan verschillen naargelang de situatie, maar toediening dient steeds om therapeutische redenen te gebeuren (bv.: bescherming van de patiënt of de omgeving).

Beslissing tot toedienen dwangmedicatie

De beslissing om dwangmedicatie toe te dienen, wordt genomen door de afdelingsarts in overleg met het begeleidende team en tijdens zijn/haar afwezigheid door de dokter van wacht. De vraag voor het toedienen van dwangmedicatie kan komen van verschillende zorgverleners op de afdeling.

Evaluatie van dwangmedicatie

Dagelijks wordt overleg gepleegd met de teamleden omtrent de ingezette maatregelen en het verderzetten ervan. Wekelijks dient de toegepaste maatregel besproken te worden binnen het multidisciplinair overleg. De ingestelde maatregel, de gedragsverandering en de eventuele verderzetting of stopzetting wordt door alle betrokken disciplines geëvalueerd. De besproken punten worden weergegeven op het MDO-verslag van de patiënt en bewaard in het verpleegdossier.

 

Toedienen van dwangmedicatie

De verpleegkundige die de toediening uitvoert moet alle handelingen ivm dwangmedicatie en fysieke hantering van een patiënt beheersen en moet dit ook kunnen motiveren t.a.v. de patiënt, zijn familie en andere hulpverleners. familie en andere hulpverleners. De maatregel dient ook te worden genoteerd in het patiëntendossier.

Communicatie met de patiënt en zijn familie

De familie en de patiënt worden zoveel mogelijk betrokken bij de beslissingen rond vrijheidsbeperkende en –berovende maatregelen. Informatie geven aan de patiënt en de familie blijft continu een prioriteit. De familie kan een belangrijke hulp zijn bij het bepalen van alternatieven op dwangmedicatie. Eveneens wordt de familie zo vlug mogelijk op de hoogte gesteld van de dwangmedicatie. De patiënt of de vertegenwoordiger worden in de mate van het mogelijke rechtstreeks betrokken in het zorg- en beslissingsproces. De toestand van de patiënt en de vooropgestelde maatregelen worden met de patiënt zelf besproken. Indien dit niet mogelijk is, gebeurt de toelichting aan de vertegenwoordiger, familieleden of verwanten. Een consensus wordt nagestreefd en het resultaat wordt genoteerd in het patiëntendossier. De brochure “VBM-arm beleid” kan gebruikt worden bij de toelichting rond dwangmedicatie. Tijdens het toepassen van de vrijheidsbeperkende maatregelen en na het stopzetten, wordt de patiënt of vertegenwoordiger ingelicht over de reden van de maatregel. Eveneens wordt er nazorg voorzien voor o.a. de patiënt en zijn familie.

Revisiedatum: 16/04/2020

Auteur: werkgroep fixatie