Isolatie

Binnen KEI is er één afdeling die beschikt over een isolatiekamer. Dit is de afdeling psychogeriatrie. De patiëntenpopulatie op deze afdeling bestaat uit psychogeriatrische patiënten met chronische, gestabiliseerde mentale problematiek (bv.: dementie, depressie, oriëntatieproblemen, enz…)

Met isolatie van een patiënt wordt bedoeld dat de patiënt voor een bepaalde tijd afgezonderd wordt. Deze afzondering kan enerzijds worden toegepast bij een patiënt met storende gedrag en anderzijds bij een patiënt met gedrag dat een gevaar betekent voor zichzelf of voor zijn omgeving.

Sommige patiënten kunnen gedrag vertonen die storend kan zijn voor de medepatiënten zoals roepen, onrustig zijn en een continue drang hebben om rond te dwalen. Dit zijn patiënten die GEEN gevaarlijk gedrag stellen voor zichzelf of hun omgeving. Andere patiënten kunnen wel een gevaar betekenen voor zichzelf of voor anderen. Een patiënt kan een gevaar betekenen voor zichzelf indien hij gedrag vertoont zoals automutileren of suïcide neigingen heeft. Een patiënt met agressie t.o.v. zijn omgeving (bv. bij acute verwardheid) kan een gevaar betekenen voor anderen.

Visie

Afzondering van een patiënt met storend gedrag.

Indien een patiënt in die mate storend is voor medepatiënten en wanneer hij in een gemeenschappelijke kamer slaapt, wordt in overleg met het verpleegkundig team (ook de nachtverpleegkundige), beslist tot het afzonderen van de desbetreffende patiënt. Indien er geen afzonderlijke kamer mee vrij is, wordt de isolatiekamer gebruikt.

De patiënt is meestal niet bewust storend, maar zijn gedrag vloeit voort uit zijn mentale stoornis. De afzondering heeft tot doel de nachtrust van medepatiënten te vrijwaren en tevens de patiënt zelf de mogelijkheid te geven vrij rond te lopen in de kamer zonder gevaar.

Isolatie van een patiënt met gedrag die een gevaar betekent

Het komt zelden voor dat een patiënt wordt afgezonderd omdat hij een gevaar betekent voor zichzelf of voor zijn omgeving. Mocht het toch voorkomen dat een patiënt een dergelijk gedrag stelt, dan wordt deze persoon opgenomen in de isolatiekamer. Indien een patiënt moet worden geïsoleerd, dan gaat dit meestal om kortstondige isolatie in het vooruitzicht van een opname op een acute psychiatrische dienst.

Beleid

Afzondering van een patiënt met storend gedrag

Deze maatregel is steeds tijdelijk. Ze wordt enkel ’s nachts toegepast om de nachtrust van medepatiënten te bewaren. De afzonderingsmaatregel wordt dagelijks opgevolgd en besproken in het team. Indien het gedrag van de patiënt niet meer storend is, kan hij terug op een meerpersoonskamer verblijven.

De dokter wordt steeds op de hoogte gebracht van de afzondering. Indien er ’s nachts wordt overgegaan tot afzondering, dan wordt de behandelende arts de volgende morgen verwittigd. In het verpleegdossier wordt de afzondering omschreven en geregistreerd.

Mogelijks worden bijkomende beschermende maatregelen genomen zoals fixatie of een gesloten deur. De gesloten deur laat de patiënt toe om toch te kunnen rondlopen, zonder in andere kamer te kunnen en zo medepatiënten te storen. Indien er een noodzaak is om de patiënt te fixeren of de deur te sluiten, dan wordt dit eerst besproken met het team en de arts. Indien bespreking vooraf onmogelijk is, dan moet dit zo vlug mogelijk meegedeeld worden aan de leden van het team en de arts. De toepassing van bijkomende beschermende maatregel wordt genoteerd en bijgehouden in het verpleegkundig dossier.

De patiënt in afzondering wordt door de verpleegkundige geobserveerd. Deze observatie wordt eveneens genoteerd in het verpleegkundig dossier. In de kamer waar de patiënt wordt afgezonderd staat een toiletstoel en is er een oproepsysteem.

Isolatie van een patiënt met gedrag die een gevaar betekent

De verantwoordelijkheid tot de beslissing van isolatie wordt gedragen door de behandelend arts. Indien de noodzaak tot isolatie van een patiënt zich voordoet, dan wordt de behandelend geneesheer of arts van wacht onmiddellijk verwittigd. Hij neemt de beslissing tot isolatie en geeft de toestemming ervoor.

Omstandigheden waarin isoleren van de patiënt geoorloofd is:

  • Suïcideneigingen (met gevaar voor de eigen veiligheid van de patiënt)
  • Bescherming van de automutilerende patiënt (met gevaar voor de eigen veiligheid van de patiënt)
  • Patiënt die gevaar is voor zijn omgeving (agressie)

Mogelijke alternatieven:

Voor het toepassen van isolatie dienen steeds alternatieven overwogen en getest te worden.
Mogelijke alternatieven zijn:

  • Wegnemen van uitlokkende factoren
  • Medicatie
  • Alternatieve afreageringsmethodes

Aandachtspunten bij het afzonderen van patiënten:

De toepassing van de isolatie wordt zorgvuldig genoteerd op een registratieformulier voor isolatie en bijgehouden in het verpleegkundig dossier. De afgezonderde patiënt wordt om het half uur geobserveerd. Deze observatie wordt eveneens geregistreerd en bijgehouden in het verpleegkundig dossier. Verder worden volgende punten in acht genomen bij isolatie van een patiënt:

  • De patiënt wordt, indien mogelijk, geïnformeerd over de genomen maatregel.
  • De afzondering wordt door minimum twee personen uitgevoerd
  • De buitendeur van de isolatiekamer wordt gesloten, zodat de patiënt niet kan weglopen.
  • Risicovolle kledij (riem) en voorwerpen (sieraden) worden verwijderd.
  • De patiënt krijgt water in plastiek fles of beker aangeboden.
  • Indien nodig wordt de medicatie aangepast door de arts.
  • De familie wordt opgevangen en/of zo snel mogelijk van de afzonderingsmaatregel verwittigd.
  • De patiënt mag enkel op voorschrift de afzonderingskamer verlaten.

Laatste wijziging: 23/07/2014